Deze keer spreken we Bas Oosterweghel (26), professioneel bokser uit Tilburg. Hij vertelt ons over zijn sportcarrière die begon in de Reeshof, hoe hij doorgroeide naar grote wedstrijden in Engeland en Spanje, zijn droom om wereldkampioen te worden en wat het boksen hem heeft geleerd. Benieuwd naar zijn verhaal? Lees snel verder!
1. Ben je een echte Tilburger?
“Jazeker! Ik ben geboren in de Reeshof, in de R-buurt om precies te zijn. Tot mijn vijfde heb ik daar gewoond. Daarna zijn we even naar Den Haag verhuisd, maar mijn moeder kon daar niet echt aarden. Toen zijn we weer teruggekomen en sindsdien woon ik in Tilburg.”
2. Hoe begon je met boksen?
“Ik was veertien toen ik begon met boksen. Daarvoor deed ik judo vanaf mijn vijfde en later karate, maar ik wilde iets stoerders, iets échts. MMA vond mijn moeder niks, dus toen kwam ik via een vriend van mijn vader bij een boksschool terecht. Na een proefles was ik verkocht en sindsdien ben ik nooit meer gestopt.”
3. Wanneer besloot je professioneel te gaan boksen?
“Eigenlijk wilde ik dat vanaf het begin al, maar officieel ben ik prof sinds 2023. Ik bokste jarenlang als amateur, maar het was altijd mijn droom om prof te worden. Toen de kans zich voordeed om een profpartij te boksen, heb ik meteen ja gezegd.”
4. Hoe groeide je verder in het boksen?
“Nadat ik in Nederland mijn eerste profwedstrijden had gebokst, ben ik naar Spanje gegaan om daar te trainen. Daar zat een gym die bekendstond om z’n topniveau. Ik ontmoette een Engelse trainer met wie ik een goede klik had. Uiteindelijk ben ik met hem naar Engeland gegaan om daar wedstrijden te boksen. We woonden samen, trainden samen, alles. Na een tijdje merkte ik dat ik mijn thuisfront en vrienden begon te missen en ben ik weer terug naar Nederland gegaan, maar Engeland blijft voor mij dé plek om te boksen. Daar voel ik de echte boksmentaliteit.”
4. Wat zijn je mooiste prestaties tot nu toe?
“Mijn debuut in de O2 Arena in Londen was echt bizar. Zes dagen van tevoren werd ik gebeld en ik dacht: fuck it, we doen het. Boksen in zo’n zaal, met dat publiek, dat was onvergetelijk. Later in diezelfde arena won ik van een sterke tegenstander met een knock-out. Dat zijn momenten waar ik supertrots op ben.”
6. Hoe bereid je je voor op een wedstrijd?
“Ik train zes dagen per week. Als ik een wedstrijd heb, train ik zelfs twee keer per dag. Zondag heb ik een rustdag. Gewoon thuis op de bank, film kijken en uitrusten. Naast veel trainen doe ik hypnosesessies. Dat helpt me om zenuwen onder controle te houden. Daarnaast let ik ook altijd op mijn eten en zorg ik dat ik zo fit mogelijk blijf.”
7. Wat doe je naast boksen?
“Ik geef drie keer per week les bij de boksschool, wat een fijn basisinkomen geeft. Daarnaast doe ik af en toe nog wat werk voor het betonbedrijf van mijn vader. Zo kan ik goed rondkomen en hoef ik niet meer de hele dag in de bouw te staan.”
8. Wat vind je het mooiste aan boksen?
“De discipline en het doorzettingsvermogen dat het je geeft. Daarnaast vind ik de respectvolle cultuur echt tof die ik vooral in Engeland heel sterk voel. Daar wordt een bokser echt gewaardeerd.”
9. Wat heb je moeten laten voor de sport?
“Best veel. Feesten, drinken en uitgaan doe ik al jaren niet meer. Vroeger vond ik dat soms nog lastig, maar nu weet ik waar ik het voor doe. Dit is mijn kans en die moet ik grijpen. Feesten kan later nog wel.”
10. Heb je tips voor jonge sporters?
“Blijf trainen en geloof in jezelf. Veel mensen twijfelen te veel en houden zich bezig met wat anderen zeggen. Mijn tip: gewoon doen. Als je iets écht wil, moet je ervoor gaan.”
11. Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Ik wil wereldkampioen worden. Dat is mijn doel. En daarna gewoon genieten van het leven, maar eerst alles uit mijn carrière halen.”
12. Wat wil je betekenen voor andere boksers?
“Ik geef nu al lessen en probeer jonge bokser te motiveren. Ik wil ze meegeven dat je groot kunt denken, ook als je uit Tilburg komt. Als je hard werkt, is er echt veel mogelijk.”
13. Wil je nog iets kwijt aan de Tilburgers?
“Kom een keer naar mijn wedstrijd kijken! Op 26 september boks ik weer in de York Hall in Londen, dit is dé plek waar alle grote Engelse boksers ooit begonnen. En sowieso: volg je dromen, hoe gek ze ook lijken.”
