Nieuws

Kruithof
Let op! Dit artikel is al 171 dagen oud en wellicht niet meer relevant

Nena Kruithof doet onderzoek naar nazorg traumapatiënten

Patiënten die een ongeval (trauma) hebben gehad, moeten evenals hun naasten beter geïnformeerd worden over de mogelijke gevolgen van hun letsel en over hoe hun herstel gaat verlopen. Dat is belangrijkste conclusie van het onderzoek van Nena Kruithof. Vrijdag 17 januari promoveert ze aan Tilburg University op dit onderwerp.

Kruithof is momenteel werkzaam als fysiotherapeut en als docent en onderzoeker bij Zuyd Hogeschool. De afgelopen jaren werkte ze als promovendus in het ETZ (Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis) te Tilburg in het kader van het project Trauma TopZorg.

Overleven versus nazorg

Jaarlijks worden tachtigduizend traumapatiënten met letsel in een ziekenhuis opgenomen, van wie tegenwoordig nog maar twee procent overlijdt. Doordat de focus – met succes – ligt op het overleven van een ongeluk, krijgt de nazorg te weinig aandacht. Dat moet beter, concludeert Kruithof. Want een deel van de patiënten krijgt door het trauma te maken met fysieke en/of psychologische problemen. Die kunnen blijvend van aard zijn.

De onderzoeker adviseert om patiënten bij ontslag uit het ziekenhuis beter te informeren over de mate van het herstel, de verwachte hersteltijd en de psychologische problemen die zich voor kunnen doen. Om de gevolgen na een trauma verder te beperken, moeten zorgverleners meer aandacht besteden aan de erkenning en behandeling van de psychologische problemen.

Unieke studie

Kruithof baseerde haar onderzoek op cijfers afkomstig uit de Brabant Injury Surveillance Outcome (BIOS), een omvangrijke studie die de omvang, herstelpatronen en risicofactoren van niet-fatale uitkomsten na een ongeval in beeld brengt. In dit unieke onderzoek zijn bijna vijfduizend patiënten in de twee jaar na hun opname in een van de Brabantse ziekenhuizen op diverse momenten gevraagd naar hoe ze zich voelden. De BIOS-studie is onderdeel van Trauma TopZorg. Kruithof was een van de promovendi en nu de eerste die promoveert op een deelstudie van de BIOS. Projectleiders zijn klinisch epidemioloog Mariska de Jongh en traumachirurg Koen Lansink.

Kwaliteit van leven

Uit de studie van Kruithof blijkt dat patiënten twee jaar na het ongeval zich minder gezond voelen dan ervoor. Een deel van hen ervaart klachten als een angststoornis, depressie of posttraumatische stress. “Deze effecten hebben invloed op de kwaliteit van leven”, aldus de promovenda. Om dat te bestuderen, nam ze vier groepsgesprekken af waarbij twintig traumapatiënten hun persoonlijke ervaringen bespraken. In de eerste maanden na het trauma overheersten bij traumapatiënten fysieke beperkingen, pijn en angst. Later ondervonden patiënten problemen met de acceptatie van de blijvende gevolgen van het trauma. Dit kwam voornamelijk door hun gebrek aan controle en het wegvallen van een sociaal netwerk.

Betere nazorg

Uit de gesprekken blijkt dat patiënten vaak andere verwachtingen hebben bij hun herstel. Kruithof: “Daarom ben ik van mening dat zorgverleners zich niet alleen moeten richten op de lichamelijke gevolgen door het ongeval, maar ook op de psychologische effecten. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de psycholoog. Zorgcoördinatie, bijvoorbeeld door het aanstellen van een casemanager, en de uitbreiding van de standaard nazorg voor specifieke risicogroepen zijn mogelijk effectieve middelen om patiënten na een trauma beter te begeleiden.”

Ouderen

Tot slot blijkt uit onderzoek dat het overgrote deel van de Nederlandse traumapatiënten 65 jaar of ouder is. Wanneer ouderen het trauma overleven, heeft dit vaak grote gevolgen voor hun gezondheidstoestand. Om de niet-fatale uitkomsten na een trauma bij ouderen te verbeteren, is een nauwe samenwerking tussen gezondheidsdiensten en sociale diensten wenselijk, aldus Kruithof.

Reageer op dit bericht